Maächatiet betekenis & definitie

Maächatiet - Zelfstandignaamwoord
1. (Jiddisch-Hebreeuws) lid van een volksgroep die is voortgekomen uit Maächa-1 (en Maächa-7), ook inwoner van het gebied daarvan (8×: Deut. 3:14, Joz. 12:5 +, 2 Sam. 23:34 +, Jer. 40:8, 1 Kron 4:19)

Woordherkomst
Herkomst: Hebreeuws (gangbare Nederlandse versie), letterlijk: afleiding van 'Maächa'

Verwante begrippen
Maächat

Gepubliceerd op 17-10-2017