Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

leraar

betekenis & definitie

leraar - Zelfstandignaamwoord
1. (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
De leraar wist in de moeilijke klas goed orde te houden.

leraar - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leraren
♢ Ik leraar
2. gebiedende wijs van leraren
leraar!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leraren
leraar je?

Woordherkomst
Afgeleid van leren met het achtervoegsel -aar

Synoniemen
leerkracht, onderwijzer, docent, instructeur, meester, onderwijsgevende