kits betekenis & definitie

kits - Zelfstandignaamwoord
1. (scheepvaart) een zeiljacht met twee langsgetuigde masten, de achterste is ruim voor de positie van het roer geplaatst.
De achterste mast van een kits is korter dan de grote mast.

kits - Bijvoeglijk naamwoord
1. (spreektaal) in orde, goed, prettig

kits - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kit

kits - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kitsen
♢ Ik kits
2. gebiedende wijs van kitsen
kits!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kitsen
kits je?

Woordherkomst
[zelfstandig naamwoord] van Engels ketch
[bijvoeglijk naamwoord] als deel van Jiddisch alles gites van het Duitse woord alles Gute "alles goed"

Verwante begrippen
draak, jol, regenboog, vrijheid, yawl, kitten