Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

kapara

betekenis & definitie

kapara - Zelfstandignaamwoord
1. (Jiddisch-Hebreeuws) verzoening
2. (Jiddisch-Hebreeuws) zoenoffer

Woordherkomst
Herkomst: Hebreeuws

Verwante begrippen
kipoer, Jiddisj: kapore, Bargoens: kapoeres, kapoere, kapore

Bronvermelding