ka betekenis & definitie

ka - Zelfstandignaamwoord
1. (pejoratief) vrouw die krachtig voor haar opvatting uitkomt

ka - Zelfstandignaamwoord
1. kade
1. kleine dam
2. oever die geschikt is gemaakt om schepen aan te leggen
2. (vogels) kauw Corvus monedula

ka - Tussenwerpsel
1. geluid van een kraai of kauw, wordt vaak een paar keer herhaald

Woordherkomst
(f): van de eigennaam Catharina of Kaatje, vermoedelijk een verwijzing naar w:nl:Kaat Mossel|Catharina Mulder/Kaat Mossel File:Wikipedia-favicon.png|16px|top|link=Wikipedia|op Wikipedia een felle Orangiste uit de 18e eeuw
(f)/(m) [1]: van het Middelnederlandse woord ca, cade, (verkorting) van kade
(f)/(m) [1]: van het Middelnederlandse woord ca, cauw,
[tussenwerpsel] (klanknabootsing)

Zie ook
Ka, kā, kA

Gepubliceerd op 04-12-2017