Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

integraal

betekenis & definitie

integraal - Zelfstandignaamwoord
1. (wiskunde) limiet van de som van onbepaald afnemende termen

integraal - Bijvoeglijk naamwoord
1. voltallig, geheel, allesomvattend, volledig: -grale publicatie (bw) (bn)

Woordherkomst
afgeleid van het Franse intégral