Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

hommeles

betekenis & definitie

hommeles - Zelfstandignaamwoord
1. een ruzieachtige, rumoerige, lawaaierige toestand
Meer nog dan in Canada hadden Juliana en Bernhard conflicten over hun opvoeding. Al de eerste avond op Soestdijk was het hommeles. Trix kreeg een standje van haar vader omdat ze met haar mond vol praatte en steak en ice cream wilde in plaats van sole à la meunière, Irene omdat ze haar voet op de zitting onder zich legde, Margriet omdat ze met haar lepel op haar bord sloeg." Het ergerde hem mateloos dat ze zonder kloppen zijn kamer binnenstormden en zijn secretaris bij zijn voornaam noemden.
Ze vertelde ook dat ze gehoord had dat mevrouw Beulinger na haar bezoek helemaal ingestort was en haar bed niet meer uitkwam. ` Maar wat is er dan aan de hand?' vroeg ik. `Geen idee, maar je weet hoe die dingen gaan: als er eenmaal hommeles is dan is er hommeles'

Woordherkomst
Naamwoord van handeling hommelen

Uitdrukkingen en gezegden
♦ Het is hommeles
er is ruzie
hommeles hebben met iemand
ruzie hebben met iemand

Synoniemen
heibel, herrie, onenigheid

Bronvermelding