Gepubliceerd op 04-12-2017

helaas

betekenis & definitie

helaas - Bijwoord
1. jammer genoeg, spijtig genoeg
We hebben er alles aan gedaan, maar het is helaas niet gelukt.
Helaas voor de gevangene mislukte zijn vluchtpoging.

helaas - Tussenwerpsel
1. een uitroep van spijt, ontgoocheling, verdriet
De rest ken ik niet. Helaas.
Helaas, zo werkt dat kennelijk niet.

Woordherkomst
Van het Franse hélas, wat teruggaat tot het oudere las en uiteindelijk het Latijnse lassus.