Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

heil

betekenis & definitie

heil - Zelfstandignaamwoord
1. welzijn, voorspoed, redding, verlossing
Veel heil en zegen! (nieuwjaarswens)
2. voordeel.
Ik zie daar geen heil in.

Woordherkomst
Afgeleid van heel (onaangetast, volledig).

Antoniemen
onheil

Verwante begrippen
[1] zegen, behoud, zaligheid