Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

2017-12-04

grootheid

betekenis & definitie

grootheid - Zelfstandignaamwoord
1. (wiskunde) zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars en/of kwantificeerbaars
2. belangrijk personage

Woordherkomst
afgeleid van groot met het achtervoegsel -heid

Verwante begrippen
[1] grootte, hoeveelheid, kwantiteit, sterkte, eenheid, geldhoeveelheid, grootteorde,