groep betekenis & definitie

groep - Zelfstandignaamwoord
1. uit meerdere persoon|personen, dieren of eenheid|eenheden bestaand geheel
tab tab1">♢ Een groep Japanse toeristen stond volop foto's te nemen.
2. (elektrotechniek) deel van een installatie dat afzonderlijk is beveiligd

groep - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groepen
♢ Ik groep
2. gebiedende wijs van groepen
groep!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groepen
groep je?

Verwante begrippen
verzameling