genezen betekenis & definitie

genezen - Werkwoord
1. ergatiefgezond worden, herstellen van ziekte of verwonding
tab tab1">♢ Het was een wonder dat zij van deze dodelijke ziekte genazen.
2. (ov) iemand gezond maken, helen
Hij werd door een beroemd arts behandeld en genezen.

genezen - Bijvoeglijk naamwoord
1. weer gezond geworden
De genezen wond is nog wat gevoelig.

genezen - Werkwoord
1. voltooid deelwoord van genezen

Woordherkomst
voltooid deelwoord van genezen

Uitdrukkingen en gezegden
♦ Voorkomen is beter dan genezen.
door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen