gang betekenis & definitie

gang - Zelfstandignaamwoord
1. lange, smalle doorloopruimte in een gebouw of ondergronds
tab tab1">♢ De gang op deze verdieping is zeer smal.
2. dan wel een kanaal/buis in een lichaam
Via de gehoorgang staat het trommelvlies in verbinding met de buitenlucht.
3. (kookkunst) onderdeel van een maaltijd
Amuse: velouté van aardpeer met THC (de belangrijkste psychoactieve stof in cannabis)<br>Eerste gang: zeebaars sashimi, grapefruit, gerookte avocado met vaporized mango cannabis<br>Tweede gang: gepocheerde wilde zalm met een korst van hennepzaad (zonder THC), venkel, schorseneer, bouillon van zoethout en Syrische wijnruit<br>Derde gang: bbq, geglazuurde varkenswangen, toasted gerst, spruiten, miso bouillon en Hollandia truffel (twee keer zo potent als veel andere soorten psychedelische truffels)<br>Dessert: gelaagde pure chocoladecake met coulis van gemengde bessen en Nepalese hasj
4. beweging, snelheid (ook (figuurlijk))
We waren bekaf en konden niet meer op gang komen.
5. (paardrijden) voortbewegingswijze van paarden
In welke gang gaat het paard het snelst? In rengalop natuurlijk.
6. het gaande zijn
Het feest was in volle gang toen het licht uitviel.
7. (afgelegde) weg
Het was voor de rechercheur niet eenvoudig zijn gangen te volgen.
8. (geologie) vulling van een spleet in een gesteente
9. jaargang

Synoniemen
[1] galerij, kanaal(-tje), buis(-je), tunnel(-tje)
[4] loop, dreef, vooruitgang, opschieten, snelheid, vaart, tempo

Verwante begrippen
[1] hal, (mijn-)schacht, luchtkanaal, [4] teruglopen, terugkeren, stilstaan, stilliggen, [5] paardrijkunst, manege, dressuur