Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

gaan af

betekenis & definitie

gaan af - Werkwoord
1. meervoud tegenwoordige tijd van afgaan

Woordherkomst
uit gaan (werkwoord) en af(bijwoord), hiertussen kunnen nog andere woorden staan