gaan aan betekenis & definitie

gaan aan - Werkwoord
1. meervoud tegenwoordige tijd van aangaan

Woordherkomst
uit gaan (werkwoord) en aan(bijwoord), hiertussen kunnen nog antegenwoordige tijd van aangaan

Woordherkomst
uit gaan (werkwoord) en aan(bijwoord), hiertussen kunnen nog andere woorden staan

Gepubliceerd op 14-11-2017