energie betekenis & definitie

energie - Zelfstandignaamwoord
1. het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
Ik heb geen energie vandaag.
2. het (geestelijk) vermogen waarmee denkwerk kan worden verricht
Om langer dan een kwartier te studeren heeft hij geen energie genoeg.
3. (wetenschap), (natuurkunde), (elektronica) een natuurkundig begrip van arbeidsvermogen
Een hoeveelheid "energie" (symbool: W) wordt uitgedrukt in joule (symbool: J) of bijv. kilowattuur (kWh)
Deze accu heeft een totale energie van 0,32 kWh.

Woordherkomst
Afkomstig van het Oudgriekse ἐνέργεια (werk, daad).

Synoniemen
[1] arbeidsprestatie, fitheid, kracht, prestatiedrang, prestatievermogen, werklust
[2] geestkracht
[3] arbeid, arbeidsvermogen

Antoniemen
[1] doodop, futloosheid, leeg, luiheid, moe, op, vermoeidheid, uitgeblust
[2] apathie

Verwante begrippen
[3] joule, kilowattuur, kracht, P, warmte, wattseconde