Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 13-11-2017

2017-11-13

eerlijk

betekenis & definitie

eerlijk - Bijvoeglijk naamwoord
1. (juridisch) vrij van leugen en bedrog
Wees eerlijk en vertel de waarheid!
2. op een gepaste, eervolle wijze
Opdat het spel eerlijk zou verlopen, hield een opzichter hen in de gaten.

Woordherkomst
Afkomstig van het Middelnederlandse eerlijc (braaf), afgeleid van eer met het achtervoegsel -lijk

Synoniemen
oprecht
waarheidsgetrouw

Antoniemen
[1] oneerlijk
[2] vals