Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 13-11-2017

eenvoudig

betekenis & definitie

eenvoudig - Bijvoeglijk naamwoord
1. niet ingewikkeld
De oefeningen die je moet maken zijn eenvoudig.
2. zonder overdaad of vertoon
Hij draagt een eenvoudige uitrusting.

Woordherkomst
Afkomstig van het Middelnederlandse eenvoudich, eenveldich en eenvuldich, verwant met het Middelnederduitse einvaldich, Oudhoogduitse einfaltig
afgeleid van een met het achtervoegsel -voudig
afgeleid van eenvoud met het achtervoegsel -ig

Synoniemen
[1] simpel
[2] simpel, sober

Antoniemen
[1] ingewikkeld
[2] overdadig

Bronvermelding