dak betekenis & definitie

dak - Zelfstandignaamwoord
1. (bouwkunde) het deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
    ♢ Door de hevige storm stortte het dak in.

Uitdrukkingen en gezegden
    ♦ Uit z'n dak gaan
        Zeer boos of zeer vrolijk worden.
    ♦ iets op je dak krijgen
        ergens de schuld van krijgen
    ♦ iets van de daken schreeuwen
        iets overal bekend maken

Synoniemen
kap, overkapping