Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 13-11-2017

casus

betekenis & definitie

casus - Zelfstandignaamwoord
1. (taalkunde) een naamval
De Duitse zwakke flexie drukt namelijk nog een casus- en getalsonderscheid uit, al is het aantal distincties dat door de zwakke flexie wordt uitgedrukt aanzienlijk lager dan in de sterke flexie.
2. (wetenschap) een of meer concrete voorbeelden van iets in de praktijk, vooral gebruikt in wetenschappelijke uitleg en cursussen
Hoewel de casus fictief is, zijn de situaties zo veel mogelijk gebaseerd op de realiteit.

Woordherkomst
van het Latijnse woord casus: "gebeurtenis, voorval"; oorspronkelijk voltooid deelwoord van cadere, "vallen".

Synoniemen
[1] naamval
[2] praktijkvoorbeeld, voorbeeldcasus

Bronvermelding