Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 10-11-2017

2017-11-10

burgerlijk

betekenis & definitie

burgerlijk - Bijvoeglijk naamwoord
1. tot de burgers behorend, tot de middenstand behorend
Hij was van burgerlijke afkomst.
2. horend bij de staatsburger of in een geregelde maatschappij, bekrompen en saai niet avontuurlijk
Heb alsjeblieft een beetje burgerlijke beleefdheid!
3. niet militair
Na een langdurig militair bewind kreeg het land eindelijk weer een burgerlijk bestuur.
4. niet kerkelijk
Naast het kerkelijk huwelijk bestaat het enige door de wet erkende burgerlijk huwelijk.

Woordherkomst
Afleiding van burger met het achtervoegsel -lijk.