Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 10-11-2017

bonus

betekenis & definitie

bonus - Zelfstandignaamwoord
1. een extraatje, meestal als beloning
- Managers krijgen vaak een bonus (heeft echter weinig te maken met 'goed') maar nooit een malus (hoewel daar nu juist vaak een reden voor is)!
- de tijdgeest: iedere 'topman' van een kauwgomballenfabriek geeft zichzelf ieder jaar een bonus van minstens 3 miljoen euro
- Er is geen duidelijke relatie tussen de prestaties van een beursgenoteerd bedrijf en het toekennen aan bonussen aan bestuursleden.

Woordherkomst
Leenwoord uit het Latijn. Komt van het Latijnse bonus (goed).

Antoniemen
malus

Verwante begrippen
zakkenvullen, zakkenvuller, toezichthouder, topman, topvrouw, graaien, zelfverrijking

Bronvermelding