Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 10-11-2017

beslag

betekenis & definitie

beslag - Zelfstandignaamwoord
1. (juridisch) beslaglegging, inname van goederen van rechtswege, confiscatie
De televisie wordt in beslag genomen.
2. (kookkunst) vloeibaar deeg (mengsel van een vaste stof, zoals meel of kalk, met een vloeistof)
Oma heeft weer beslag gemaakt voor oliebollen.
3. (bouwkunde) kleine metalen elementen zoals krukken, knoppen, schilden, rozetten, sleutelgatplaatjes op deur of raam (Hang-en-sluitwerk)
Het beslag werd als een stelpost in de begroting opgenomen.
4. iets krijgt zijn beslag: iets wordt officieel
In de loop van de week kreeg het nieuwe verdrag zijn beslag
5. door iets of iemand in beslag genomen worden: heel druk bezig zijn met iets waardoor je nergens anders tijd voor hebt
Hij werd zo door zijn werk in beslag genomen dat hij geen tijd meer had voor zijn vrouw.
6. ruimte of tijd in beslag nemen: iets kost tijd of ruimte
Deze ruimte is vanmiddag in beslag genomen door de vergadering.

Uitdrukkingen en gezegden
♦ num=1
beslag leggen op iets|iets confisqueren
♦ num=3
zijn beslag krijgen|gerealiseerd worden