beken betekenis & definitie

beken - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
♢ Ik beken
2. gebiedende wijs van bekennen
beken!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
beken je

beken - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beek