Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

armzalig

betekenis & definitie

armzalig - Bijvoeglijk naamwoord
1. van weinig waarde
Ze woonden in een armzalig huis, maar waren wel gelukkig.

Woordherkomst
afgeleid van arm met het achtervoegsel -zalig

Synoniemen
ellendig, schamel

Bronvermelding