Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

2017-10-31

angst

betekenis & definitie

angst - Zelfstandignaamwoord
1. het gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
Mijn hart bonst van de angst.

Woordherkomst
Van het Oudnederlandse angust.

Synoniemen
bangheid, huiver, vrees, schrik

Verwante begrippen
beduchtheid, beklemming, benauwdheid, bezorgdheid, nood, ontsteltenis, paniek, spanning, vertwijfeling
Zie ook
Angst