Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

afdoend

betekenis & definitie

afdóénd - Bijvoeglijk naamwoord
1. toereikend om het probleem op te lossen
Er is geen afdoend middel tegen het verschijnsel.

afdoend - Werkwoord
1. onvoltooid deelwoord vanafdoen
Zijn hoed áfdoend liep hij de kerk binnen.