Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 31-10-2017

aanzienlijk

betekenis & definitie

aanzienlijk - Bijvoeglijk naamwoord
1. voornaam, groot, belangrijk, erg, niet te verwaarlozen
Ze was een telg uit een van de aanzienlijkste families van Venetië.
Met de handel in verdovende middelen zijn aanzienlijke bedragen gemoeid.
Hoewel Nederland en Duitsland veel op elkaar lijken zijn de verschillen toch ook heel aanzienlijk.

Woordherkomst
Afgeleid van aanzien met het achtervoegsel -lijk.