Invorderingswet 1990 betekenis & definitie

De wet op grond waarvan de Ontvanger van de Belastingdienst belastingschulden kan innen.

De Invorderingswet 1990 is de wet die de Ontvanger van de Belastingdienst de mogelijkheden geeft om niet betaalde belastingen te innen. De wet bepaalt de betaaltermijn van belastingaanslagen (art. 9) en omschrijft in de artikel 11 tot en met 20 hoe de dwanginvordering van de belastingschulden moet plaatsvinden.

Bij verhaal op goederen van een belastingschuldige door meerdere schuldeisers bepalen de artikel 21 tot en met 23 of de Ontvanger een hoger voorrecht heeft dan andere schuldeisers. Verhaal door de Ontvanger op goederen van een derde is onder omstandigheden mogelijk (art. 22). Een dergelijk verhaal wordt "bodembeslag" of het "uitoefenen van het bodemrecht" genoemd.

In de wet is de mogelijkheid om uitstel van betaling (art. 25) of kwijtschelding (art. 26) van het betalen van de belastingschuld te krijgen, beschreven. Ingevolge art. 27 verjaart een belastingschuld in beginsel vijf jaar nadat de betaaltermijn van de aanslag (art. 9) is verstreken.

De artikelen 32 tot en met 48 bepalen onder welke omstandigheden derden aansprakelijk kunnen zijn voor de belastingschulden van een belastingschuldige. De laatste bepalingen van de wet zien op de verplichtingen ten behoeve van de invordering alsmede op bestuurlijke boeten en strafrechtelijke artikelen.