Belastingaanslag betekenis & definitie

Een door de inspecteur van de Belastingdienst uitgevaardigde beschikking waarin de hoogte van de door de belastingplichtige te betalen of terug te ontvangen belasting is vastgesteld.

Artikel 2 lid 3 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) definieert de belastingaanslag als volgt: de voorlopige aanslag, de aanslag, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting, de schenk- en erfbelasting.

Een belastingaanslag is een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking (art. 22j AWR respectievelijk art. 26 AWR). Dat betekent dat als de belastingplichtige het niet met de aanslag eens is, hij of zij daartegen bezwaar kan maken, en als de inspecteur dat bezwaar afwijst, tegen die uitspraak in beroep kan gaan bij de Rechtbank. Die bezwaarprocedure wordt gestart door het indienen van een bezwaarschrift bij de inspecteur van de Belastingdienst (art. 6:4 lid 1 Awb). Dat bezwaarschrift moet aan een aantal vereisten voldoen (art. 6:5 Awb). Bovendien dient het bezwaarschrift binnen zes weken na de dag van dagtekening van de belastingaanslag worden ingediend (art. 6:7 Awb jo art. 22j sub a AWR. De beroepsprocedure wordt gestart door de indiening van het beroepschrift bij de Rechtbank (art. 6:4 lid 2 Awb). Dat beroepschrift moet aan dezelfde vereisten voldoen als het bezwaarschrift (art. 6:5 Awb).

Doorgaans worden ook de belastingrente en de boete in de belastingaanslag vermeld (art. 30j lid 2 AWR respectievelijk onder meer art. 67a AWR). Feitelijk vormen de vaststelling van de belastingrente en de boete echter afzonderlijke beschikkingen waartegen dus bezwaar en beroep kan worden ingesteld (art. 30j lid 1 AWR respectievelijk art. 67g lid 1 AWR).

mr. A.L. Faber LL.M.