Aanslagbelasting betekenis & definitie

Belasting die wordt geheven door middel van het vaststellen van een belastingaanslag

In Nederland worden grofweg de hiernavolgende Rijksbelastingen geheven:

1) inkomstenbelasting ; vennootschapsbelasting ; schenk- en erfbelasting ; belastingen van rechtsverkeer ;
2) loonbelasting ; omzetbelasting; dividendbelasting ; kansspelbelasting ; accijnzen ; autobelastingen ; milieuheffingen .

De belastingen genoemd onder 1) worden geheven door middel van het vaststellen van een belastingaanslag, de zogenoemde aanslagbelastingen. De belastingen genoemd onder 2) worden geheven door voldoening of afdracht op aangifte, de zogenoemde aangiftebelastingen.

Het onderscheid tussen aanslag- en aangiftebelastingen is enkel van formele aard. Uit de belastingwetten volgt in welke gevallen de bovengenoemde Rijksbelastingen afgedragen dienen te worden. Uit die wetten ontstaat de zogenoemde materiƫle belastingschuld. Op welke wijze die materiƫle belastingschuld vervolgens vastgesteld/geformaliseerd moet worden, wordt voor alle bovengenoemde Rijksbelastingen centraal geregeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR). De formele belastingschuld volgt dus uit de AWR. Bij die vaststelling van de formele belastingschuld wordt onderscheid gemaakt tussen aanslag- en aangiftebelastingen.

In het geval van aanslagbelastingen dient de belastingplichtige een aangifte in, waarna de inspecteur de aangifte in een belastingaanslag formaliseert. Blijkt die aangifte en/of aanslag achteraf alsnog onjuist te zijn dan zal de inspecteur een navorderingsaanslag willen opleggen.

In het geval van aangiftebelastingen wordt de belastingschuld vastgesteld door het indienen van een aangifte gevolgd door de afdracht van de in die aangifte berekende belasting door de belastingplichtige. De inspecteur stelt geen belastingaanslag vast, tenzij de door de belastingplichtige aangegeven en/of afgedragen belasting onjuist is. In dat geval zal de inspecteur een naheffingsaanslag willen opleggen.


mr. A.L. Faber LL.M.