Don Quichot betekenis & definitie

In 1547 werd in Spanje een dichter geboren, namelijk Cervantes, wiens ridderroman Don Quichot wereldberoemd is geworden.

Het eerste deel verscheen in 1605 te Madrid en droeg tot titel: „El ingenioso Hidalgo Don Quijote de la Mancha," d.i. de geestige jonker Don Quichot de la Mancha. (Later werd de titel uitgebreid tot: Leven en daden van den geestigen jonker enz.). De inhoud is, zeer verkort weergegeven, aldus. Een landjonker uit Mancha, vol Kastiljaans eergevoel, is door het lezen van de toenmalige veelgeliefde ridderromans zo in geestdrift voor den riddertijd ontstoken, dat hij besluit zelf een dolend ridder te worden. Hij is zo zeer vervuld met de toverwereld zijner romans, dat hij de werkelijkheid er door vergeet: hij wil als zijn ridders van voorheen de verdrukten beschermen en wraak nemen op de verdrukkers. Om zich als een oud ridder uit de dossen zoekt hij alle oude wapenen, die hij vinden kan, bijeen, en krijgt daardoor een zeer zonderlinge, ja belachelijke uitrusting. („De ridder der droevige figuur," zoals hij ook heet.) Uit de boeren kiest hij zich een schildknaap, die hem op zijn tochten zal vergezellen, nl. Sancho Panza, goedwillig, lichtgelovig en zeer eenvoudig, maar een grote vraat en leugenaar, zelfzuchtig en lomp, doch in alles zijn heer getrouw. Hoewel Sancho meermalen het dwaze van hun bedrijf inziet, bewaart hij steeds zijn goede luim en is vol grappen. Zoo verlaten ridder en schildknaap het dorp, en in de verhitte verbeelding van D. Q. rijzen overal allerlei gevaren op. Molens ziet hij voor reuzen aan, die hij bevecht, herbergen houdt hij voor kasteelen, galeislaven voor mishandelde ridders. Natuurlijk ondervinden zij overal schimp en smaad.
Zo is Don Q., „de ridder der droevige figuur," spreekwoordelijk geworden voor iemand, die zich door zijn grootspraak en dwaze daden belachelijk maakt, evenals zijn „vechten tegen windmolens" een kenschetsende uitdrukking is geworden voor dwazen ijver.