Alexandrijnen betekenis & definitie

Alexandrijnen noemt men in de dichtkunst de versregels van zes jamben (z. d. w.), die gewoonlijk een rust (caesuur) in het midden hebben, bijv.: Ik zing | den ondergang |j van 't eerste wereldrond (Bilderdijk).

Deze versmaat is van Fransen oorsprong en heeft zijn naam gekregen naar het gedicht over Alexander den Grote, dat in 1180 in 't Frans werd geschreven (hoewel deze maat reeds eerder was gebruikt). De lengte van de versregels geëist er iets statigs aan, en zoo werden en worden nog de alexandrijnen veel gebruikt voor meer verheven gedichten, zooals heldendichten. De regelmatige terugkeer van de rust in het midden is evenwel oorzaak, dat deze versmaat zoo licht eentonig wordt („Catsi- aansche dreun"), waarom vele dichters die rust dikwijls verleggen, als bijv. Da Costa.