Ahasvérus betekenis & definitie

Ashavérus betekent de wandelende Jood.

„Toen Jezus" — zo luidt een verhaal — „door de straten van Jeruzalem zijn zwaar kruis naar Golgotha droeg, werd hij zeer moe onder den zwaren last. Om nu een wijl te rusten, wilde hij gaan zitten op een bank voor het huis van Ahasvérus, een Jood uit den stam van Naphtali. Deze echter weigerde het hem, zeggende, dat hij aan een godloochenaar, een sabbath schender en een volksverleider geen rust gunde. Toen blikte de Heer hem aan met den tornenden blik eens rechters, en zeide: „Ahasvérus, wijl gij den Zoon des mensen geen rust gunt, zo zij ook u voortaan geen rust gegund ; gij zult zwerven en dolen, totdat Ik wederkom." Het geloof aan den wandelenden Jood is nog niet uitgestorven, dikwijls nog wil men hem gezien hebben. Sommigen houden Ahasvérus voor een zinnebeeldige voorstelling van het Joodse volk, dat tot straf voor Jezus' dood overal moet rondzwerven en allerlei vervolgingen moet ondergaan.