Wetenschapper van de week

Intrigerende wetenschappelijke feiten

Gepubliceerd op 15-04-2024

Olifanten in de kamer

betekenis & definitie

Wil Roebroeks -

Een van de aannames in de studie van vroege mensachtigen is dat onze voorouders in kleine groepjes leefden en zeer mobiel waren, slechts een paar dagen op één plek verblijvend en dan weer verder trekkend. Voor Neanderthalers, onze verre verwanten die ca. 350.000 tot 40.000 jaar geleden Europa en westelijk Azië bevolkten, is de consensus dat dergelijke groepen uit hoogstens 15-20 personen bestonden.

In 2023 zette een groep archeologen uit Mainz (D) en Leiden (NL) onder wie ikzelf, in twee artikelen in respectievelijk Science Advances en PNAS, fikse vraagtekens bij die aanname. Wij toonden aan dat zo’n 125.000 jaar geleden Neanderthalers routinematig bosolifanten wisten te verschalken, de grootste landzoogdieren van de laatste 2,5 miljoen jaar, die ze tot op de laatste resten van hun vlees en vet exploiteerden. De data hiervoor komen met name van diep begraven vroegere meer-oevers, voor archeologen toegankelijk geworden in grote bruinkoolmijnen in de voormalige DDR.

In de tientallen olifanten van de vindplaats Neumark-Nord, bij Halle (D), domineren volwassen mannelijke exemplaren, tot 13 ton zwaar. Olifantstieren opereren meestal in hun eentje, en zijn daarmee makkelijker te bejagen dan dieren in kuddes, met zeer oplettende moeders en hun kroost. Bosolifantstieren waren bovendien veel groter dan de vrouwtjes: meer buit voor minder risico dus, hoewel de jacht zeker gevaarlijk zal zijn geweest. Vermoedelijk probeerden Neanderthalers deze reuzen immobiel te maken door ze bijvoorbeeld in een modderige oever vast te drijven, om ze vervolgens met houten speren af te maken.

Een dergelijke drijfjacht vereiste goede samenwerking tussen flink wat individuen. Na de jacht werden deze grote dieren geheel uitgebeend. Wij schatten dat het slachten een groepje van 15-20 mensen ongeveer een week kostte en duizenden kilo’s vlees en vet opleverde. Van een vlees en vet-mix afkomstig van één tien ton wegende stier – niet eens de grootste daar – konden 350 volwassen Neanderthalers met gemak een week leven (4000Kcal/dag), en een groep van 100 een maand lang. Deze mensen hadden derhalve óf manieren om voedsel op te slaan, óf ze opereerden (af en toe?) in veel grotere groepen dan vaak gedacht – of een combinatie van beide.

Voor die Neumark-Nord vindplaats hebben we in 2021 in Science Advances laten zien dat Neanderthalers daar het hele jaar door jacht maakten op een breed spectrum aan dieren, plantaardig voedsel verzamelden en regelmatig vuur gebruikten, en al doende minstens 100 generaties lang het landschap rond de meertjes open hielden.
Deze data leveren een heel ander beeld dan dat van de kleine, mobiele groepen. Dat idee is in feite ook niet gebaseerd op archeologische gegevens, maar op het terug-projecteren van observaties gedaan bij (sub-) recente jager-verzamelaars, die waren verdreven naar marginalere gebieden.

Als je aannames maar lang genoeg herhaalt – in dit geval al vanaf eind negentiende eeuw - raken ze langzaam als het ware in steen gebeiteld. Maar het blijven onbesproken aannames, elephants in the room, die nu door onze bosolifanten vertrappeld zijn.