Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Gepubliceerd op 13-08-2019

Zijde

betekenis & definitie

Van jongs af denken we bij dit woord aan behagelijkheid en weelde. Het begint al met de prinsen en prinsessen, die in onze prille jeugdjaren door onze sprookjesboeken wandelden en onze verbeelding bevolkten en die zich zeker niet op hun gemak zouden gevoelen, als ze niet van hemd tot mantel in zijde gekleed gingen.

Echte zijde is dan ook waarlijk een koningin onder de stoffen en toch is zij een koningin van nederige geboorte. Want, zoals je vermoedelijk weet, is zijde niet de vezel van de een of andere krachtige, vorstelijke plant, maar zij is de spindraad van een onogelijke rups, de zijderups of zijdeworm.

Deze rups is.een larve van den zijdevlinder, wiens oorspronkelijk vaderland China en Japan schijnt te zijn, waar de zijdeteelt al reeds sinds onheugelijke tijden op grote schaal beoefend werd, toen in de 6e eeuw n. Chr. de eieren van den zijdevlinder en de zaden van den moerbeiboom, van welks bladeren hij uitsluitend leeft, door monniken uit China (naar men wil in uitgeholde wandelstokken) in Griekenland werden ingevoerd.

In de 12de eeuw werd de zijdeteelt in Italië bekend en in de 15de eeuw in Frankrijk. Thans leveren Japan, Boven-Italië en Frankrijk de meeste zijde.

Noordelijker scheen tot voor enige jaren de cultuur in het groot niet te kunnen slagen, doch onder den druk van de crisis is in Duitsland en ook in ons land in den laatsten tijd de zijdeteelt hier en daar ter hand genomen.De zijdevlinder, welke in Europa wordt geëxploiteerd, is de Bombyx mori, een nachtvlinder met een vlucht van ± 4 c.m., geelwit van kleur met donkere lijnen op de voorvleugels. Nadat het wijfje ongeveer 600 eieren gelegd heeft, sterft het. Gedurende den winter worden de eieren op een koele plaats bewaard en in het voorjaar wordt het uitkomen der rupsen door kunstmatige warmte bevorderd. De rups van den zijdeworm wordt ongeveer 6 c.m. lang; is zij volwassen, dan spint zij zich door middel van een spinklier, die in de onderlip uitmondt, een cocon, waarin de gedaanteverwisseling tot vlinder zich voltrekt. Na 2 of 3 weken wil de vlinder zich vertonen; hij scheidt uit den mond een bijtend vocht af, dat de cocon aantast, waardoor hij zich naar buiten kan werken. Maar zover laat de zijdeteler het niet komen.

De cocons worden verhit, zodat de poppen sterven; daarna legt men de cocons in warm water en haspelt de spindraden af. Meestal is de bruikbare draad van een cocon ± 300 m. lang; 40—60 paar vlinders geven 16 gram (25000) eieren. De daaruit komende rupsen verslinden 450 k.g. moerbeibladeren (haar uitsluitend voedsel) en leveren 40—50 k.g. cocons. Zijdedraden hebben een dikte van ± 1/50 m.m. en bezitten een grote elasticiteit en stevigheid.

Zijderupsen staan bloot aan velerlei ziekten; de voornaamste is de peperziekte, de pébrine, die veroorzaakt wordt door een ééncellige parasiet. Deze ziekte veroorzaakte van 1845 tot 1867 alleen in Frankrijk een schade van millioenen francs en bedreigde de cultures met algehele vernietiging. Dank zij vooral de onderzoekingen van Pasteur en Balbiani, werd haar aard bekend.

Merkwaardig is de degeneratie van den zijdevlindcr in zijn geboortestreek, China en Japan, waar het dier, als gevolg van de eeuwenlange teelt, een groot deel van zijn natuurlijke vermogens heeft verloren. Zo kan de vlinder niet meer vliegen, alleen van een hoger gelegen punt omlaag fladderen.