Tabak betekenis & definitie

De Spanjaarden hebben na de ontdekking van Amerika het gebruik van tabak van de Indianen overgenomen; zij gingen toen op Haïti tabak verbouwen, welk voorbeeld door de Portugezen (Brazilië) en door de Engelsen (Virginië) gevolgd werd. Daarna is de tabak in 1560 door Jean Nicot (vandaar: nicotine, Nicotiana) naar Parijs overgebracht.

Aanvankelijk had de tabak in Frankrijk den naam van wonderdoend kruid, middel tegen alle kwalen. (Heilig kruid, panacee). Als koninginnekruid diende zij om de migraines van Catharina de Medici te genezen.

Heden ten dage is de tabak over de gehele wereld verspreid, zij groeit tussen circa 52° N. Br. en 30° Z.

Br. over den gehelen aardbol, overal waar de regenval en de zonneschijn voldoende zijn.De eerste tabak, die in ons land — en waarschijnlijk ook in de overige landen van Europa — gerookt is, was uit Virginië afkomstig. Het was een zeer krachtig kruid, dat als pijptabak werd gerookt uit kleine stenen pijpjes, met dikken steel en een kopje, kleiner dan het bovenste lid van den pink van een normale hand. Men vindt zulke pijpjes nog dikwijls bij het opgraven der fundamenten van oude gebouwen.

Met het roken van pijpen kwam in den loop der 17de eeuw tevens het snuiven in zwang, ondanks de strengste wetsbepalingen, die de snuivers zelfs met het afsnijden van den neus bedreigden.

Snuiftabak wordt bereid uit zeer zware, vette bladen Virginië- en Kentuckytabak. Deze wordt met een stroperige substantie, waarin o.a. Surinaamse suiker, tot worstvormige rollen gedraaid en blijft dan in dien vorm (carotten) jaren lang liggen. Op den duur worden deze carotten hard, men maakt ze dan tot poeder, snuif, en gebruikt deze op de bekende wijze. Vooral in de 18e eeuw was ’t snuiven in de mode en was er een grote luxe op het gebied der snuifdozen.

Tegen het einde der 19e eeuw is het snuiven vrijwel in onbruik geraakt; het langst is het in Scandinavië in zwang gebleven.

Rooktabak wordt in de pijp gerookt. De tabaksbladeren worden gevocht, in één richting gelegd, tussen walsen geperst en, terwijl de „koek” tabak telkens een eindje verder geschoven wordt, met een op- en neergaand mes gesneden (gekorven), daarna gedroogd in een draaiende trommel, waaronder gestookt wordt (geëest), en gezeefd, om het zand te verwijderen.

Sigaren. Biet gebruik van sigaren is nog geen honderd jaar oud; curieus is, dat zij oorspronkelijk in ons land — en wellicht ook elders — niet per stuk, maar per gewicht verkocht werden.

De beste sigaren worden uit de hand gemaakt. Uit Havana komt nog altijd het allerbeste product.

Sigaretten zijn eerst tegen het einde van de 19e eeuw in zwang gekomen; zij waren in de Latijnse landen echter reeds vroeger in gebruik. De tabak wordt meestal eerst gestript, gekorven en machinaal in papier gewikkeld; er zijn machines, die ½ millioen sigaretten per dag maken.

Alle vormen van gebruik van rooktabak, sigaren en sigaretten zijn naar tijd en plaats onderhevig aan allerlei modes en allerlei voorkeur, zonder einde. Er is slechts één algemene regel: hoe Zuidelijker men komt, hoe krachtiger de tabak is, die er gebruikt wordt. Dit gaat zover, dat de Noorderling, die naar het Zuiden gaat, daar zwaarder tabak vraagt en eerst weer tot de lichtere komt, als hij in het Noorden terug is.

Pruimtabak. Ietwat boud gesproken zou men kunnen zeggen: niemand pruimt oorspronkelijk voor zijn genoegen. De man, die gewend is te roken en wegens zijn werk geen pijp of sigaar in den mond kan hebben, gaat pruimen om althans den tabakssmaak in den mond te hebben.

Pruimtabak wordt gemaakt van zware Kentucky en Virginiatabak, dikwijls met toevoeging van een saus en op een zeer grove snede gekorven. Soms wordt de tabak tot een koord gedraaid (gesponnen) en in rolletjes in den handelgebracht: de Negrohead (dikwijls als negerit uitgesproken).

Het spreekt vanzelf, dat de tabak een zeer belangrijk handelsartikel vormt, al is er ook een groot deel, dat alleen voor plaatselijk gebruik gekweekt wordt en nimmer op de wereldmarkt verschijnt. In dien handel heeft ons land reeds sedert de 17e eeuw een belangrijk aandeel gehad en nog steeds concentreert zich de wereldhandel voor een deel in Amsterdam en Rotterdam, alwaar in de eerste plaats de tabak uit Nederlands Indië verhandeld wordt.

In bijna alle landen is de tabaksfabricatie tot een bron van inkomsten van de schatkist gemaakt en dit geschiedde veelal in den vorm van een tabaksmonopolie (zie: Regie); bijv. in Frankrijk, Spanje, Italië, Polen, Scandinavië en vele Balkanstaten.