Kunst betekenis & definitie

Dit woord, dat een der verhevenste begrippen noemt, welke den menselijken geest ooit hebben beziggehouden of bewogen, is afgeleid van het woord „kunnen”, dat het menselijk vermogen op ieder gebied omvat. Ieder mens „kan” iets; hetzij door zijn lichaamskracht, zijn handigheid, bekwaamheid of door andere verstandelijke en geestelijke gaven.

Onder de voortbrengselen of de verrichtingen van menselijken arbeid, vernuft of gevoel zijn er echter, die door een bizondere bezieling, (kunstzinnigheid of artistiek gevoel genaamd) van een geheel apart allooi zijn, omdat zij niet gemaakt zijn of verricht worden met een nuttigheidsdoel, maar uitsluitend om te bekoren en te behagen en om den menselijken geest in hoger sferen in te leiden. Eigenlijk worden zij niet met een doel geschapen of verricht; de kunstenaar schept kunstwerken, zoals een nachtegaal zingt of een rozestruik bloeit; — eenvoudig omdat hij niet anders kan.Hiermede wordt natuurlijk niet gezegd, dat een kunstwerk nimmer tot enig practisch doel zou kunnen dienen of dat een voorwerp van practisch nut geen kunstwerk zou kunnen wezen. Niet het gebruik, dat men van een gebouw, een voorwerp, een geschrift enz. maakt, bepaalt het kunstzinnig karakter ervan, maar alleen de artistieke geest, het kunstgevoel van dengene, die daaraan het aanschijn gaf.
Tot de schone kunsten worden gerekend de bouwkunst, de beeldhouwkunst, de schilderkunst, de dichtkunst, de muziek, de danskunst en de toneelspeelkunst. Wellicht heb je ook wel eens horen spreken over de beeldende kunsten. Hiertoe behoren dan de bouwkunst, de beeldhouwkunst en de schilderkunst: zij beelden iets in vaste vormen uit.
Ook kan men de schone kunsten verdelen in werk van scheppenden en van weergevenden aard: tot de eerste rekent men de bouwkunst, de beeldhouwkunst, de schilderkunst, de dichtkunst en de muziek (componeren); tot de laatste de danskunst, de toneelspeelkunst en een onderdeel der toonkunst, n.l. het uitvoeren van de muziek.
Tot de schone kunsten rekent men ook de kunstnijverheid, welke zich in het bizonder beijvert aan voorwerpen van practisch nut, aardewerk, kant, geweven stoffen, glaswerk, smeedwerk, enz., een kunstzinnig karakter te verlenen.