Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Gepubliceerd op 09-08-2019

Groot

betekenis & definitie

Hugo de Groot, die van 1583 tot 1645 leefde, heeft zijn wereldbekendheid niet te danken aan zijn handige ontsnapping uit het slot Loevestein in een boekenkist, een geschiedenis, die jullie natuurlijk allen kennen van de schoollessen.

Zijn wereldnaam dankt hij aan de wetenschappelijke, vooral juridische (= rechtskundige) werken, die hij heeft geschreven en die juist in onzen tijd in hoge mate de aandacht trekken, omdat de door de Groot behandelde kwesties van internationaal recht in den laatsten tijd overal aan de orde zijn. Wij hadden haast geschreven: in de mode zijn.
In het begin van de 17e eeuw hielden de geleerden in Europa zich bezig met het vraagstuk, van wie de zee nu eigenlijk was. Dat klinkt ons, twintigste-eeuwers, vreemd in de oren: wij weten niet beter, of de zee is, op een smalle strook langs de kusten na, neutraal (zie: Drie-mijlszone). Maar in de 17e eeuw was zo iets nog ondenkbaar. De Paus had in de 15e eeuw „de wereld” buiten Europa verdeeld tussen Spanje en Portugal (zie ook: Columbus); in de 17de eeuw was de opperheerschappij van deze mogendheden voorbij en de strijd ging nu tussen de Nederlanden, die bij monde van Hugo de Groot de vrije zee verdedigden (Mare liberum), en de Engelsen, die de zee voor hun land wilden reserveren (Mare clausum), of in ieder geval de heerschappij erover wilden voeren.
Denk maar eens aan de kwestie van ’t strijken van de vlag. De Engelsen wilden, dat de Hollanders dezen groet het eerst zouden brengen, en toen de Hollanders dat eens niet deden, werd dit feit de aanleiding tot den Eersten Engelsen oorlog.
Over dat begrip „Mare liberum” van de Groot is heel wat te doen geweest, vooral ook, omdat wij er ons in Indië zelf helemaal niet aan hielden.
Van nog meer betekenis is ’t volgende boek van den „Groten Hugo” geweest, dat als titel draagt: „De jure belli ac pacis”, „Over het recht van oorlog en vrede”. Hierin doet de Groot voor ’t eerst pogingen, om den grondslag te leggen voor de rechtsregelen, volgens welke de landen zich ten opzichte van elkaar moeten gedragen. Het is een eerste poging een samenstel van regelen van internationaal publiek recht op te stellen, dat door veel andere, vooralsnog vergeefse pogingen, is gevolgd.
Immers het is juist, zoals de Groot reeds schreef: de landen houden zich alleen aan de bepalingen van ’t Internationale Recht, als ’t hun schikt en helemaal niet in tijden van oorlog. Vlak vóór 1914, toen er in lang geen grote oorlog was geweest, had men algemeen het gevoel, dat men nu toch wel langzamerhand opschoot in de richting van een vaststelling van een internationaal publiek recht. De oorlog heeft daarop een grote ontgoocheling gebracht, waarna de Volkenbond met het Haagse Hof op dit gebied stellig weer een flinke stap vooruit betekende.
Noemen wij dan van de Groot nog zijn „Inleiding tot de Hollandse rechtsgeleerdheid”, een boek, dat de Groot voor zijn zoon Pieter heeft geschreven, om deze in de geheimen van het toen geldende Nederlandse recht in te wijden.
De beide laatste werken heeft Hugo de Groot tijdens zijn ballingschap in Parijs geschreven, waar hij onder bescherming van den koning leefde.
In zijn eigen tijd vond de Groot weinig waardering en dit heeft hem zeer verbitterd, evenals ’t feit, dat zijn vaderland hem, terwille van de inwendige rust, verloochende.
Noch Zweden, in welks dienst hij was als gezant aan het Franse hof, noch Frankrijk hebben naar de Groots mening zijn verdiensten voldoende erkend.
Ontgoocheld en vergeten stierf hij in Rostock op een reis van Zweden naar Frankrijk.
Zoals je al weet, is hij in zijn geboorteplaats Delft in de Nieuwe Kerk begraven, dezelfde kerk, waarin ook de leden van ons vorstenhuis worden bijgezet.
Pas jaren na zijn dood heeft men geleerd zijn werk naar waarde te schatten.