Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Gepubliceerd op 09-08-2019

Gezicht

betekenis & definitie

Onder het gezicht of beter gezegd het gezichtsvermogen verstaan we het vermogen, om door middel van het oog de dingen om ons heen waar te nemen, zowel wat hun vorm als hun kleur betreft.

De bemiddelaar of schakel tussen voorwerp en oog is het licht.
Het licht ontstaat door het trillen van den aether; lichtverschijnselen zijn dus aethergolven van verschillende lengte. De kortste aethergolven zien we als violet en de langste als donkerrood licht. De golflengten van de overige kleuren: oranje, geel, groen en blauw liggen tussen deze beide uitersten. Er zijn ook nog langere zowel als kortere aethergolven (men noemt ze infra-rode en ultra-violette), maar deze kunnen door het menselijk oog niet waargenomen worden.
Voorwerpen, die zulke golven uitstralen, lijken ons pikzwart.
Wat gebeurt er nu, als voor ons zichtbare lichtstralen binnendringen? De samenstelling van het oog is je uit de natuurlijke historie-lessen bekend en je weet, dat het werkt als een camera obscura, d.i. een fotografie-toestel. Evenals in een fotoapparaat, dat behoorlijk op een voorwerp ingesteld is, op de plaats, waar zich de film of de gevoelige glazen plaat bevindt, een klein, omgekeerd beeld gevormd wordt, zo ontstaat op den achtergrond van het oog eveneens zulk een klein, omgekeerd beeld van het voorwerp, dat we zien. Dit is in beide gevallen een zuiver natuurkundig verschijnsel.
Maar het zien is, evenals het fotograferen, niet slechts een optisch, maar ook een scheikundig proces. In het fototoestel bevindt zich op de plaats, waar het beeld gevormd wordt, de lichtgevoelige laag van de film — of glazen plaat — en deze laag wordt door het licht scheikundig ontleed. In het oog valt het beeldje op den achterwand, waar zich het netvlies bevindt. Dit vlies is voorzien van een netwerk van staafjes en kegeltjes, eindorganen van de gezichtszenuw, die door de lichtstralen geprikkeld worden. Deze staafjes en kegeltjes bevatten een rode kleurstof, het gezichtspurper genaamd, dat door inwerking van het licht ontkleurd wordt, maar zich in het duister weer herstelt.
Dit is een scheikundige werking, dus zoiets als op de gevoelige plaat in een fototoestel plaats vindt.
Bij de behandeling van de galvanische elementen hebben wij al opgemerkt, dat bij scheikundige processen electrische stromen kunnen worden opgewekt. Zo ook hier bij de ontleding van het gezichtspurper. Deze electrische stroompjes worden door de gezichtszenuw, die in het netvlies eindigt, naar de hersenen geleid, waar het wonderlijke proces van de bewustwording van het beeld plaats heeft. Hoe dit geschiedt, is een van de grote, onopgeloste levensraadselen.
Het zal daarmede misschien wel gaan als met een telegrafist, die een telegram opneemt. Electrische stroomstootjes brengen een anker met schrijfstift in beweging, die streepjes en puntjes op een reep papier krast. Het verstand van den beambte vormt uit deze mechanische krabbeltjes een zin.
Nu komt nog de vraag: „Waarom zien we de voorwerpen met lengte, breedte en hoogte op hun plaats in de ruimte, of met een vreemd woord: drie-dimensionaal?” (zie ook: Dimensie). Alle beelden of foto’s hebben slechts lengte en breedte, wij zien ze op een plat vlak, zij zijn twee-dimensionaal.
Nemen wij echter van hetzelfde voorwerp twee foto’s, een zoals het rechteroog en een zoals het linkeroog het ziet, en stellen wij deze op in een stereoscoop, dan zien wij het voorwerp, zoals wij het in de natuur waarnemen, nl. met drie afmetingen en in de ruimte.
Dit verklaart nu, waarom wij, met beide ogen kijkende, kunnen waarnemen, welke voorwerpen dicht bij ons staan en welke verder verwijderd zijn. Alleen met één oog kijkende, is dat niet mogelijk, tenminste niet, wanneer we naar voorwerpen kijken, waarvan we de grootte niet kennen. Iedereen kan het gemakkelijk proberen. Men ga op enigen afstand van een tafel zitten, sluit beide ogen, laat door iemand een paar houtjes van verschillende lengte rechtop op tafel plaatsen, opent dan één oog en probeert te zeggen, welk houtje het dichtst bij is.