Censuur betekenis & definitie

In de vroege Middeleeuwen betekende censuur: oordeel, proef. Het was de beoordeling van den examinator over den geëxamineerde.

Je zou het kunnen vergelijken met de hedendaagse rapporten, waar jullie natuurlijk meer dan genoeg van weten.Maar sedert de uitvinding van de boekdrukkunst denkt men bij het woord censuur aan heel wat anders.

Vóór die uitvinding hadden de bestuurders van stad, land en kerk geen moeite, om de verspreiding van betogen en boeken, welker verspreiding zij niet oordeelden te zijn in het algemeen belang, tegen te houden. Doch nadat die uitvinding geschied was en hoe langer hoe meer toepassing vond, kon iedereen zijn mening, ook die welke aan de bestuurders niet welgevallig was, naar alle windstreken zenden, zonder dat de politie hem hoorde spreken. Er moest toen dus politie worden ingevoerd voor de regeling van het verkeer per drukwerk. Veelal werd verboden, dat iets gedrukt werd, wat den bestuurderen van staat of kerk onwelgevallig was. En zo riep men de censuur in het leven, die controle had over wat gedrukt was en verbood, wat niet werd goedgekeurd.

In de 17de eeuw werd vooral in de Zuidelijke Nederlanden, Italië en Spanje deze controle zeer streng. Men wilde alles lezen, vóór het gedrukt werd, om er toch vooral maar zeker van te zijn, dat geen verkeerde gedachten in pamfletten, artikelen en boeken zouden voorkomen. Bleek dit wel het geval, dan werd drukken onherroepelijk verboden.

De bedoelde censuur werd door de kerk in het Zuiden, doch in den aanvang ook door staatsbestuurderen — en dan natuurlijk vooral op politieke geschriften — toegepast. Deze laatste censuur raakte echter tegen het einde van de 18de eeuw in onbruik: in de negentiende eeuw kwam daarvoor in de plaats vrijheid van drukpers, vrijheid van den burger om zijn gedachten te uiten, binnen de perken der. algemene strafrechtelijke verantwoordelijkheid na tuurlijk.

In den laatsten tijd is er echter hier en daar een neiging, om toch weer iets in te voeren, dat als twee droppels water op censuur lijkt. Men motiveert die invoering met de neiging tot zeer grote overdrijving, welke bij sommige volksleiders wordt opgemerkt.

Ten slotte kennen wij de censuur op toneelstukken, films en radio-uitzendingen, welke — wat de laatste twee aangaat — bij ons te lande door commissies wordt uitgeoefend.