Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Gepubliceerd op 09-08-2019

Bruggen

betekenis & definitie

Een apartje met de jongens Wat een brug is, weet je allemaal wel: je kent in ons waterland de bruggen in allerlei soorten, van het eenvoudige plankje, dat een „brug” vormt tussen de twee oevers van een beekje in het bos tot de geweldige spoorbrug van den Moerdijk, die wereldberoemd is. Maar kennen en kennen is twee: al passeer je iederen dag op je weg naar school wel een stuk of wat bruggen, al ben je als ’t ware met de bruggen opgegroeid, toch zou er heel wat studie voor nodig zijn, om deze bruggen écht te leren kennen. En nu verbeelden we ons helemaal niet, dat we in één kort artikeltje over bruggen je op dit gebied wegwijs kunnen maken, maar we vertellen je er hier toch iets van, al was ’t alleen maar, om je belangstelling' eens op te wekken voor den bruggenbouw, waarin ons vaderland steeds zulk een vooraanstaande plaats heeft ingenomen.

De Nederlandse bruggen worden tot de allerbeste gerekend: in de hefbrug te Barendrecht bezitten wij een der grootste van haar soort van het vasteland van Europa; de Moerdijkbrug met haar 14 bogen is wereldberoemd, niet alleen om haar lengte, doch meer nog, omdat de bouw onder zulke moeilijke omstandigheden plaats had; de spoorbrug te Kuilenburg had indertijd de grootste overspanning van Europa. Je begrijpt dus zó al, dat de bruggenbouw wel een van die dingen is, waarin ons kleine land groot mag worden genoemd. Heel wat bruggen in het buitenland zijn door Nederlandse ingenieurs gebouwd.

Laten we nu eerst eens vertellen, wat een brug eigenlijk is.

Een brug is niet in het algemeen éen verbinding tussen twee oevers, want dat is een dam b.v. ook, maar een brug is een werk, dienende om een verkeersweg of een waterweg over een waterweg of verkeersweg te voeren of over een ravijn, een kloof of iets dergelijks.

Daaruit kunnen allerlei verschillende combinaties worden samengesteld.

Wij noemen een brug: een overgang over een waterweg; een viaduct noemen wij een overgang over een verkeersweg en een brugkanaal of aquaduct is een overgang van een waterweg over een lager gelegen terrein.

Naar hun bestemming kunnen we de bruggen nog indelen in: voetbruggen, verkeersbruggen, spoorbruggen en brugkanalen of aquaducten.

Dit zijn óf vaste óf beweegbare bruggen.

Al naar hun vorm of constructiesysteem kunnen een onnoemelijk aantal verschillende soorten worden onderscheiden, bijna te veel om op te noemen, daar voor elke constructiewijze een aparte benaming is ingevoerd.

Zo zijn er dus: vlonders, balkbruggen, boogbruggen, hangbruggen, die alle tot de vaste bruggen behoren, welke dan weer onderverdeeld kunnen worden in bruggen, waarbij samengestelde balkconstructies worden toegepast, bijvoorbeeld de schoorwerken en de zogenaamde hangwerken, of nóg ingewikkelder: de vakwerkbruggen.

De laatstgenoemde bestaan in hun eenvoudigsten vorm uit rechte staven, die door middel van scharnieren aan de uiteinden met elkaar verbonden zijn. Ook hierbij is weer onderscheid gemaakt naar de wijze, waarop het gehele systeem is ondersteund of naar den hoofdvorm van de gehele brug: bijvoorbeeld de cantileverbrug of brug met Gerber-liggers.

Vóór we tot de vele soorten der beweegbare bruggen overgaan, moeten we bovengenoemde vaste brugsystemen nog wat nader beschouwen en daarbij ook de brugconstructie eerst nagaan. Een brug bestaat uit: 1e. den onderbouw; 2e. den bovenbouw; 3e. het bruggedek.

De onderbouw omvat de dragende elementen, die het gewicht van de brug en daarop komende lasten en krachten opnemen en op den bodem overdragen. Hij dient dus tot steun van den bovenbouw, die op zijn beurt het brugdek draagt.

Tot den onderbouw worden dus gerekend: de landhoofden, die de eigenlijke brug dragen en de afsluiting vormen van den aansluitenden weg. Zijn bij lange bruggen nog tussensteunpunten nodig, dan worden deze in den vorm van jukken of pijlers aangebracht.

De bovenbouw is het raamwerk, dat het brugdek draagt." Dit raamwerk bezit dus balken of liggers, die van landhoofd tot landhoofd reiken, via de eventueel zich daartussen bevindende jukken of pijlers. Tussen de liggers, die nader de hoofdliggers of hoofdbalken genoemd worden, zijn de dwarsdragers bevestigd, die meestal ook weer door langsdragers onderling verbonden zijn.

Door middel van het brugdek tenslotte vindt de voortzetting plaats van het voetpad, den verkeersweg, den spoorweg of het kanaal. Al naar de taak nu, die door brugdek en bovenbouw moet worden vervuld, wordt hun constructie geschapen. Hierbij spreekt de keuze van het materiaal een groot woord mee. Er zijn bruggen gebouwd van hout en van bamboe; van gegoten ijzer en van staal; van steen en van gewapend beton; van rottankoorden, henneptouw en staaldraadkabels.

En nu moet bij het kiezen van het materiaal zeer degelijk worden nagegaan en overwogen, hoe „sterk” of de brug wel zijn moet. Hoe zwaar zal het verkeer zijn, dat over de brug gaat? Moet met mensengedrang, auto’s, stoomwalsen, spoortreinen of andere krachten in verband met waterbelasting, sneeuw en winddruk gerekend worden? En dan ook: welken afstand moet de bovenbouw wel kunnen overspannen? Laat het verkeer te water of de diepte van de rivier of van het ravijn wel toe, dat we één of meer pijlers er tussen in maken? Ja, hoe sterk is tenslotte het materiaal zelf, dat wij denken te gebruiken?

Welke krachten, welken druk kan het houden, en kiezen wij voor eiken brugvorm ook het daarbij passende en geschiktste materiaal?

Al deze vraagpunten heeft de bruggenbouwer te beantwoorden, vóór hij zijn keuze definitief bepaalt.

Een balkbrug bijvoorbeeld zal bezwaarlijk van steen of van kabels gemaakt kunnen worden; ook zal men bij het maken van een hangbrug, zoals de naam al uitdrukt, bij voorkeur gebruik maken van buitengewoon sterke kabels.

En zo zullen voor boogbruggen het eerst en meest in aanmerking komen die materialen, welke groten druk kunnen weerstaan, zoals steen en beton, terwijl het staal voor vrijwel alle soorten van bruggen kan worden benut.

Ook bij bruggen van gewapend beton kan men grote overspanningen bereiken.

Nu de beweegbare bruggen.

Hoe bewegen deze?

1e.Indien zij om een horizontale as kunnen draaien, onderscheiden we:
a. de ophaalbrug, het klassieke Hollandse voorbeeld van een beweegbare brug;
b. de klapbrug of basculebrug, die in haar eenvoudigsten vorm als een wipplank kan worden voorgesteld; de ene helft van de wip, de klap genoemd, doet als brug dienst; de andere helft is de zogenaamde staart, die of zelf ook als brug wordt gebruikt, of alleen dient als tegenwicht, in welk geval de staart dan in het landhoofd geborgen moet worden, hetzij in een kelder, hetzij onder het daarbij aansluitende vaste bruggedeelte.
c. Wanneer aan de staartconstructie een zodanig gebogen vorm is gegeven, dat zij bij het omhoogbewegen van de klap over een oplegging achteruit kan rollen, dan spreken we van een rolbasculebrug.
2e. Draaïng kan ook geschieden om een staande as, zoals bij de gewone draaibrug, de pontondraaibrug en de kraanbrug.
3e. Is er ook beweging mogelijk in verticale richting: de brug wordt dan in denzelfden horizontalen stand op en neer bewogen, meestal aan vier kabels opgehangen tussen torens of stijlen: de h e f b r u g.
4e. Kan de brug in haar geheel horizontaal verreden worden, dan krijgt zij de benaming van

r o l b r u g. En dan kennen wij ook nog de zweef brug, (pont transbordeur), die uit een kabelbaan ontstaan is.

5e. Tenslotte kent ieder, die in de omgeving van onze grote rivieren bekend is, de bruggen, die uit vele gedeelten bestaan, waarvan elk gedeelte opgelegd is tussen twee scheepjes, zodat zij tezamen een schipbrug vormen, of een pontonbrug. Ook wel worden vlotten als drijvers toegepast, en dan is de benaming van vlotbrug beter op haar plaats.

Wij hebben hen onder de beweegbare bruggen gerangschikt, niet alleen omdat zij vrij eenvoudig in hun geheel kunnen worden opgeborgen, doch ook omdat het middengedeelte van deze bruggen tussen de aansluitende stukken uit en in kan worden gevaren, om het scheepvaartverkeer doorgang te verlenen.

Deze schipbruggen worden in het rivierbed verankerd.