Biljart betekenis & definitie

is een spel, dat jullie allen natuurlijk wel honderd keer hebt zien spelen. Meestal kun je geen café of plattelandslogement binnenkomen, of je hoort al direct het geluid van ivoren ballen, die tegen elkaar stoten.

En dan zie je een paar heren of opgeschoten jongens bezig met biljarten aan een grote, zware tafel (biljart genaamd), overtrokken met groen laken, of je ziet ze met ernstige gezichten het dopje of pomerans aan de punt van hun queue — zoals de lange biljartstok genoemd wordt — stroef maken door middel van een stuk krijt. Er is onder de mannen geen spel zo populair als het biljarten; vrouwen en meisjes speelden het tot voor kort — bij ons te lande althans — zelden, hoogstens een enkelen keer voor de grap, als ze op een fietstocht door een regenbui werden overvallen en in een dorpscafétje moesten schuilen, waar, behalve een paar tortelduiven in een kooi en het plaatselijke nieuwsen advertentieblad niets bizonders te beleven valt.

Tegenwoordig, nu het meer in huis gespeeld wordt, doen de dames ook meer mee.Omdat bijna in ieder café een biljart staat, heeft men het biljarten vroeger wel ccns een beetje smalend een „kroegspel” genoemd, maar dat is niet juist.

Het biljarten als fijn spel, waarbij het terdege aankomt op scherp berekenen en op behendigheid, heeft in de laatste jaren een grote hoogte bereikt en daarom worden er ook steeds hogere eisen gesteld aan een goed biljart.

Het biljart is vervaardigd van eiken-, teak-, mahonie-, noten- of djatihout, met zwaren onderbouw, zodat er geen kans op verzakking is. Het moet zuiver horizontaal zijn; het is rondom voorzien van verende banden en bedekt met groen laken. Onder dit laken is een dikke plaat lei aangebracht.

Natuurlijk heeft men verschillende soorten van biljarten: de mooiste en grootste zijn de z.g. „matchbiljarts”, die voor de grote internationale wedstrijden gebruikt worden en waarbij de speelruimte ± 2 ½ M. bij +/- 1 ½ M. (285 bij 142 ½ c.M.) is.

De gewone biljarts zijn veel kleiner. Zoals je weet, wordt het biljartspel gespeeld met drie ballen: twee witte en één rode, tenminste in ons land, waar tegenwoordig bijna uitsluitend gebruik gemaakt wordt van biljarts zonder zakken. Vroeger vond men aan de hoeken van ieder biljart zakken, waarin de bal dikwijls terecht kwam. Je herinnert je in dit verband nog wel uit de „Camera Obscura” van Hildebrand, de verzuchting van den jongen Pieter Stastok: „ik had een kromme queue en merkte je wel, hoe de hoekzakken trokken?” In Engeland komen nu nog zakkenbiljarts voor.

Men kan op het biljart verschillende spelen doen, waarvan het carambolespel het bekendste is. ’t Zou geen zin hebben te proberen, je hier de eerste beginselen van het biljartspel bij te brengen, want als je er geen belang in stelt, zou dit al te vervelend worden en stel je er wel belang in, dan leert je vader of oom of vriend je de spelregels in een uurtje.

Met het spelen zelf is ’t een heel andere zaak. Een meester op ’t biljart ben je zo gauw nog niet, daar is heel wat oefening en volharding voor nodig.

Evenals bij andere takken van sport onderscheidt men ook bij ’t biljartspel amateur- en beroepsspelers. De beroepsspeler Conti is wel één van de allerberoemdste.

Van de amateurs moeten wij vooral noemen de Nederlanders Dommering, Swee- ring, van Vliet en verder den Spanjaard Butron, den Egyptenaar Soussa en de Belgen Moons en Gabriëls. In 1923 werd de Internationale Biljartbond opgericht, waarvan verscheidene landen lid zijn.