Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Gepubliceerd op 11-08-2020

Periode

betekenis & definitie

(< Gr. = rondom; = weg). Omloop; vd. omloopstijd.

Vd. tijd, afstand of waarde-interval, waarna zich iets herhaalt. B.v. de periode van de functie sin v is 2TC. Ook gebruikt voor het aantal cijfers van het repetendum van een repeterende breuk.