Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Gepubliceerd op 19-12-2020

Elisabeth

betekenis & definitie

m/v

Hebr. naam, uit Elisjeba 'God heeft gezworen, God is mijn eed, God is degene bij wie ik zweer'. 1) Naam van de vrouw van Zacharias, moeder van Johannes de Doper; kerk. feestdag: 5 nov.; 2) St.-Elisabeth van Hongarije (1207-1231), dochter van Andreas II van Hongarije en echtgenote van Lodewijk IV, landgraaf van Thüringen. Ze komt in veel legenden voor (ze is ook een van de hoofdfiguren uit Wagners 'Tannhäuser'). Gewoonlijk noemt men haar Elisabeth van Thüringen. Kerk. feestdag: 19 nov.; 3) St.-Elisabeth van Portugal, geb. 1271, werd vernoemd naar de bovenvermelde, haar oudtante. Zij was een dochter van de koning van Aragon en huwde met Dionysius I van Portugal; gest. 1336; kerk. feestdag: 8 juli. Mede doordat verscheidene andere vorstinnen de naam droegen werd hij zeer populair.

In ons land komt hij betrekkelijk vroeg in de middeleeuwen al voor o.i.v. de bijbelse Elisabeth. Bij Socin vermeld in Mainz 779; Rijnland 1129; volgens Littger (blz. 175) is het gebruik mogelijk beïnvloed door Germ. namen met alis, bijv. Elispert, vr. Elisbertha. Oudste voorbeeld in Holl.: 1204 (Van der Schaar). Vroeger veel de vorm Elsabe, Elsebe, wat een ander accent verraadt: initiaal accent, als in het Germ.

< >