Voedings en Genotsmiddelen

Encyclopaedie voor voedings- en genotmiddelen door dr. M. Wagenaar. 1e druk 1938.

Gepubliceerd op 26-01-2019

Alkohol

betekenis & definitie

Alkohol - (eigenschappen, gebruik).

Alkohol is een heldere vloeistof, die met water in alle verhoudingen mengbaar is. Het gehalte van een destillaat of waterige oplossing kan bepaald worden met behulp van een alkoholmeter. Een dergelijk meetinstrument bestaat uit een dobber met verdeelde steel, die bij bepaalde concentratie tot een bepaalde deelstreep inzinkt.

Van alle dranken, die met behulp van alkohol bereid worden, moet accijns betaald worden. De fabrieken waarin alkohol gemaakt wordt, staan onder rijkstoezicht. Het bezitten van destilleertoestellen buiten fabrieken en laboratoria is streng verboden, evenals het distilleeren zelf. De accynsvrije alkohol (voor industriëele doeleinden bijv. als brandstof) wordt van rijkswege gedenatureerd met de giftige methylalkohol en met pyridine, een walgelijk riekende vloeistof. Bovendien wordt brandspiritus nog blauw gekleurd. Brandspiritus is zéér gevaarlijk bij inwendig gebruik. Methylalkohol heeft herhaalde malen aanleiding gegeven tot blindheid. Misbruik van sterken drank richt groote schade aan, zoowel in stoffelijken als in geestelijken zin; Zelfs de nakomelingschap wordt erdoor geschaad.

Dronkenschap ondermijnt de gezondheid en heeft een zeer nadeeligen invloed op het lichaam: de weerstand tegen infectie daalt hierdoor in belangrijke mate. Tegen drankmisbruik wordt gestreden, o.a. door den Volksbond tegen drankmisbruik en door de Geheelonthoudersbeweging. De staat verleent hierbij medewerking door regelend en subsidieerend op te treden. De regeling geschiedt door toepassing van de Drankwet (1904). Volgens de Drankwet worden alle dranken, die meer dan 15 volume % alkohol bevatten als sterke drank beschouwd. Dit staat in verband met den graad van vergisting. De alkoholvorming gaat door tot 15%, boven deze concentratie sterft de gist.

Wanneer een vloeistof dus meer houdt dan 15 %, moet de alkohol als zoodanig toegevoegd of door destillatie het percentage opgevoerd zijn. Al deze dranken behooren dus tot de destillaten of zijn ermede gelijk te stellen en men is er accijns voor verschuldigd. Volgens de Drankwet wordt het aantal vergunningen, waar drank verkocht mag worden, vastgesteld in verband met het aantal inwoners. De Gemeenteraad kan in overleg met Gedeputeerde Staten overgaan tot beperking van het aantal vergunningen. Inrichtingen waar alkoholhoudende dranken per glas verkocht worden, die niet beschouwd kunnen worden als sterke drank in den zin der Drankwet moeten „verlof” hebben. Zie verder Drankwet.

Het alkoholgehalte van lichte roode wijnen is ongeveer 9-11%, van zware roode wijnen 11-12%, van witte wijn 10-11 %, van Champagne 12-13%, van port, sherry en malaga 18-20% (deze zijn in de landen van herkomst aangezet met wijndestillaat), van vruchtenwijnen 4-5 % en van bieren 3-5%. Wij kunnen, ruw berekend zeggen dat 2 groote glazen bier, evenveel alkohol bevatten als 5 glazen roode wijn en 2 glazen jenever of 2 glaasjes cognac of whiskey.

Alkohol wordt zelden sterker gedronken dan in een concentratie van 50%.