Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

Gepubliceerd op 14-11-2019

Maria

betekenis & definitie

Wie in het hedendaags Nederlands zoekt naar hoogproductieve vloeken of uitroepen waarin de naam van Maria voorkomt, zal verbaasd zijn over de schaarste ervan. In tegenstelling tot het gebruik van de heilige naam van lezus heb ik geen zelfstandig voorkomende vloek of uitroep Maria! gevonden.

Wat we wel hebben is jezusmaria, jezusmina, jeetjemina en Jezus merante. Het betreft hier steeds uitroepen van verbazing, irritatie, ongeduld.In de Middeleeuwen was dat wel anders! De Baere (1940: 125) attendeert ons op verscheidene Middeleeuwse eedformules: bider maghet Marie; bider maghet Sente Marie; bide maghet onzer vrouwen; bi Marie. De naam Maria wordt verzwegen in bi magheden en met God verbonden in bi Gode ende Vrouwe en in bi Gode ende onser soeter vrouwen ‘bij God en Onze-Lieve-Vrouw’. De eed verdwijnt uit de geschreven taal al vóór 1500, want het WNT, dat de ontwikkeling van onze taal beschrijft vanaf 1500, kent deze formule niet meer. Wel wordt daar nadrukkelijk de aandacht gevestigd op wat genoemd wordt de ‘opzettelijke’ verminkingen maranta, maranteka om de naam Maria niet rechtstreeks te hoeven noemen. Ik kom daar aanstonds op terug. Deze uitroepen komen in het zuiden van ons taalgebied voor. In een Antwerps idioticon vinden wij “Wel Deezes Maranta! Seezes Maderistes!”, blijkbaar voor Jezus Maria en misschien zelfs Christus. Mullebrouck (1984) geeft nog het Vlaamse Maria moord!, waarvan de emotionele betekenis duidt op ongeloof, verbijstering, woede en weergegeven kan worden met ‘wel verdomme’.

Eedformules waarin Maria, de Moeder van God, als getuige wordt aangeroepen, zijn binnen ons taalgebied dus uiterst beperkt. Men komt ze in feite na de Middeleeuwen niet meer tegen. Opvallend is ook dat Maria zelden in verminkte vorm is overgeleverd. De verklaring van De Baere (1940:125) lijkt mij zeer aanvaardbaar. De gelovige heeft te veel eerbied voor de Moeder van God om haar naam te verhaspelen.

De Baere wijst erop, wellicht ter aanvulling op het wnt, dat vooral in Brabant, Antwerpen en Limburg verbasteringen voorkomen van Maria tot Marante, Mariënte, Maranteka, waaruit dan weer zijn ontstaan Jezus van Maranteka, Jezus van Marante en Seeses van Maderanten. In het hedendaags materiaal komen deze vormen nog steeds frequent voor in dezelfde gebieden. In Maasmechelen kent men ook Jezus van Marantala. En de correspondent uit Kloosterzande geeft op Jezus Maridda.

In Onze Taal (1997: 59) verklaart Heestermans de vloek als een verkorting van Jezus van Maria van Anna, dat bij snel spreken verandert in Jezus van Merante. In hetzelfde tijdschrift reageert Loek Verlouw (1997:113) op die etymologie. Hij vat merante op als een als bijvoeglijk naamwoord gebruikt tegenwoordig deelwoord van het Franse mourir, dus als mourant ‘stervend’. “Als verzuchtende term zou Jésus mourant dan een aanroeping zijn van de stervende lezus, waaraan een vervolg ontbreekt. Daarbij is te denken aan ‘sta me bij’, ‘neem dit leed mee in uw dood (opdat wij ervan verlost worden)’.” Ik vraag mij af of deze verklaring wel de juiste is en of niet veeleer aansluiting gezocht moet worden bij 1 Kor. 16: 22, waar de Aramese uitdrukking maranata ‘kom Heer’, of‘de Heer is gekomen’, voorkomt. Marante en varianten zie ik dan als een verbastering van dat Aramese woord. In combinatie met Jezus betekent het veeleer ‘Jezus kom terug op aarde’.

Ook de term Jezusmina lijkt mij niets te maken te hebben met Maria. Ik zie in het element -mina een oude vorm van het bezittelijk voornaamwoord mijn, dat een achtergeplaatste bijvoeglijke bepaling is bij Jezus. Voor die hypothese meen ik ondersteuning te vinden in de hedendaagse uitroep gossiemijne, die m.i. een verbastering is van Gode mijn oftewel mijn god, dat wij tegenwoordig nog vaak horen in de uitroep mijn god nog aan toe, een uitroep die ergernis, verbazing of verontwaardiging uitdrukt.

In katholieke landen komen wij veel meer uitdrukkingen tegen die gerelateerd zijn aan de Maagd Maria, dan in protestantse (Andersson en Trudgill 1990:57). Het Spaans kent bijvoorbeeld Madre de Dios! ‘lieve hemel’; Santisima Virgen! ‘hemeltjelief, ‘lieve hemel!’; me cago en la Virgen! ‘wel verdomme!’ Het Italiaans maakt zeer frequent gebruik van madonna! ‘verdorie’; madonna buona ‘goeie hemel’ en madonna lupa! ‘godverdomme’.

zie Jezus.