Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

Gepubliceerd op 14-11-2019

godverdegodver

betekenis & definitie

Het opeenstapelen van vloeken is kenmerkend voor het zuiden van ons taalgebied; vooral in Vlaanderen is het schering en inslag. Ewoud Sanders besteedt in Jemig de pemig (1999) twee bladzijden aan deze vloek.

Niet om hem te naasten als karakteristiek taalgebruik van Kees van Kooten en Wim de Bie, want daarover gaat immers Jemig de pemig, maar wel om te laten zien dat geen enkel woordenboek vóór 1992 de vloek heeft opgenomen. Bovendien is Sanders van mening dat de populariteit van Jacobse en Tedje van Es, de Haagse vrije jongens die door Koot en Bie tot leven werden gewekt, de vloek snel bij een groter publiek bekend en geliefd maakte.

Het is moeilijk hard te maken of godverdegodver al vóór 1979 gangbaar was. 7 oktober 1979 was de datum dat Tedje van Es de vloek voor het eerst gebruikte. Ik verschil in dezen met Sanders van mening.

Allereerst ken ik de vloek reeds sedert mijn West-Brabantse jeugd. Die viel in de jaren veertig.

Mijn hele Brabantse familie, bestaande uit tuinders en andere landarbeiders, gebruikte godverdegodver of godverdegodverdegodver als zij zo woedend of anderszins gefrustreerd waren dat zij geen andere woorden tot hun beschikking hadden dan de herhaling. Hoe vaker godver herhaald en gekoppeld werd door de, hoe meer de aders in hals en gezicht volliepen en opzetten.

Ook mijn enquêteformulieren laten zien dat godverdegodver ‘gewoon’ is in Brabant en Vlaanderen, en dat bij alle leeftijden. Ook in de generatie van 51-100 jaar.

Als men er rekening mee houdt dat het vloeklexicon op zeer jeugdige leeftijd verworven wordt, dan is het duidelijk dat de vloek zeker zo oud is als godverdomme zelf. Deze constatering komt volledig overeen met wat een brievenschrijver uit Capelle aan de IJssel in het maandblad Onze Taal schreef: “Als mijn vader (geboren in 1911 en overleden in 1965) boos was, gebruikte hij altijd de uitdrukking godverdegodver godgloeiend. Hij was een Amsterdammer in hart en nieren.” En een Vlaamse lezer schreef aan hetzelfde maandblad: “Volgens mij is de vloek godverdegodver al vele tientallen jaren (of meer?) gebruikelijk in Vlaanderen.” Het hoort hier thuis in hetzelfde rijtje als miljaardemiljaar of dedjudedju. Dergelijke herhalingen zijn hier zeer frequent, en hoe groter de frustratie die geloosd moet worden, hoe langer de vloek (‘godverdegodverdegodver!’) (Geciteerd naar Sanders 1999). zie godver.