Gepubliceerd op 14-03-2021

Zwangerschap

betekenis & definitie

Graviditas, Cyesis, toestand van het vrouwelijk lichaam, waarin zich het product van een vruchtbaren bijslaap ontwikkelt. De Z. begint met de bevruchting (het binnendringen van een mannelijken zaaddraad in het door een der eierstokken losgelaten ei) en eindigt met de bevalling (zie ald.).

De duur der Z. is gemiddeld 40 weken. Wat de geleidelijke ontwikkeling der vrucht betreft, zie Embryo. In den loop der Z. doen zich in het geheele lichaam der zwangere vrouw allerlei veranderingen voor; de uitwendige teekenen daarvan worden zwangerschapsteekenen genoemd. Vóór de vierde maand is het bestaan van Zwangerschap uiterst moeilijk of in het geheel niet met volle zekerheid te constateeren. Het eerste en meest opvallend verschijnsel bij Z. is het uitblijven der menstruatie, gevolg van den stilstand in het rijpen van nieuwe eitjes; dit is echter volstrekt geen zeker teeken (zie Menstruatie). Een ander opvallend teeken is dikwijls de veelvuldige onpasselijkheid, vooral des morgens.

Soms heeft de zwangere een ziekelijken trek in bepaalde spijzen. Andere teekenen van vermoedelijke Z. zijn: verwijding der bloedaderen in de beenen (blauw-schuit), bloedsaandrang naar de uitwendige gesiachtsdeelen, waardoor deze een blauwe kleur aannemen, opzwelling der melkaderen, opzetting der borsten, donker worden der tepels, enz. D»e baarmoeder sluit zich en neemt naarmate de vrucht groeit, in omvang toe (van 6—8 centim. lengte en 4—5 centim. breedte tot 20—27 centim. lengte en 15 20 centim. breedte).Gedurende de vierde maand zwelt zij boven het bekken uit en begint in de buikholte te stijgen, zij is dan aan den buikwand voelbaar. Weldra neemt nu de zwangere korte stooten waar, de eerste bewegingen, het eerste ,,leven” van de vrucht. Omstreeks dezen tijd (18de— 20ste week) beginnen ook de kinderlijke harttonen hoorbaar te worden (ongeveer 140 slagen in de minuut), hetgeen het eerste volstrekt zekere teeken is van Z. In de zesde maand staat de bovenrand der baarmoeder even boven den navel, in de negende in den maagkuil. Gewoonlijk berekent men het vermoedelijk tijdstip der bevalling, door van het intreden der laatste menstruatie negen kalendermaanden verder te tellen en dan een of twee weken speling te nemen; is de tijd der laatste menstruatie niet bekend, dan kan men bij de berekening uitgaan van het tijdstip waarop het eerste leven is waargenomen en aannemen dat de Z. dan gevorderd is tot minstens de 18de of hoogstens de 20ste week. Zoodra de Z. waarschijnlijk is geworden, dient de zwangere allerlei voorzorgen te nemen.

Hiervan hangen de gezondheid van moeder en kind al. Het gewone dagelijksche werk moet niet worden gestaakt, maar groote krachtsinspanning en zware vermoeienis moeten worden vermeden, evenals elke buitensporigheid in spijs en drank, genoegens enz., en vooral ook zenuwachtige opwinding en overspannen angst voor voorgevoelens, voorteekens enz. Verder zijn aan te bevelen: zorg voor geregelde ontlasting door een doelmatig diëet ('s morgens bij nuchtere maag een glas warm water, gebruik van honig, pruimen, veel boter, tarwebrood) of door aanwending van purgeermiddelen (rhamnusbast, rhabarber, zout van Karlsbad); bestrijding van lichte stoornissen in den bloedsomloop (hartklopping, duizeligheid, flauwten) door plat op den rug te gaan liggen, veel beweging in de open lucht, vermijding van knellende en insnoerende kleeding en ook van lang stil zitten, loozing van de urine bij eiken aandrang daartoe.

Men onderscheidt verschillende vormen van Z. Eerstens de normale; deze is bij inachtneming van doelmatige voorzorgen, regel. Zij kan een eenvoudige of meervoudige (twee-, drieling) zijn. Verder de Z. buiten de baarmoeder, Graviditas extra-uterina, waarbij de vrucht zich in een der eierstokken, in de moedertrompet, of in de buikholte bevindt. Hierbij sterft de vrucht in den regel spoedig, en deze vorm van Z. is ook voor de moeder zeer gevaarlijk. Bij de z.g. valsche Z. ontwikkelt zich een misvormde vrucht of mola (blaasklomp, druifklomp, enz.).

De normale Z. is een natuurlijke levensfunctie van het vrouwelijk lichaam, dat daarop is gebouwd en ingericht. Het gedurende het geheele leven vermijden van deze levensverrichting is voor ’t vrouwelijk lichaam voorzeker nadéeliger dan de Z. '.en de haring zelve. Volgens prof Kouwer mag zonder degelijk bewijs niet worden aangenomen, dat het onderdrukken van een zoo gewichtige levensfunctie als de voortplanting is voor de vrouw, onsehadelijk is.