Gepubliceerd op 14-03-2021

Zang

betekenis & definitie

In uitgebreiden zin verstaat men hieronder het gebruik van de dierlijke stem, waarbij de periodieke trillingen van de stembanden in meerdere of mindere mate constant zijn. Gewoonlijk is de opvatting enger en valt het jodeln zoowel als het gezang der vogels buiten het begrip Z.

Uit het bovenstaande blijkt reedsi, dat een juiste omschrijving niet zoo eenvoudig is als het zich oppervlakkig laat aanzien. Z. wordt uitsluitend gebezigd ten opzichte van de menschelijke stem. Een eigenlijk verschil tusschen spreken en zingen is-er niet: „Spreken is zingen en zingen is spreken’'. En Inderdaad, laat men den toon bij het spreken voortklinken (de klinkers aanhouden), daarbij de medeklinkers scherp en zoo spoedig mogelijk uitstootend, dan ontstaat een monotoon gezang; de kleine verschillen in toonhoogte (verheffing en daling) van den grondtoon verdwijnen bij de regelmatige trillingen der stembanden en de spreekstem is overgegaan op den zangtoon (zie Recitatief). In de alledaagsche beteekenis verstaat men onder Z. één of bij meerstemmige zangmuziek meerdere melodieën op woorden of op vocalen door de menschelijke stem ten gehoore gebracht. Figuurlijk zegt men van weinig melodieuse muziek: ,/t zingt niet"; ook wordt de hoofdmelodie (cantus firmus) wel eens (niet aanbevelenswaardig) benoemd met Z., zoowel ten opzichte van instrumentale als van vocale muziek.

De Z. heeft altijd als de hoogste uiting gegolden van muzikaliteit; vandaar is elk werkelijk componist een natuurzanger (A. B. Marx). Natuurlijk wordt hier bedoeld in psychologische« zin, daar het stemmateriaal op zichzelf met muzikaliteit niets gemeen heeft. Bij Wagner en zijne volgelingen is de Z. ontaard; in hunne werken worden de melodieën, wordt de eigenlijke muziek veelal door het orchest uitgevoerd, terwijl de zangers dikwerf onmelodische partijen (eenigszins het recitatief naderend) en daardoor in muzikaal opzicht een minder dankbare taak is toebedeeld. Vergelijk Stem en Spraak.

Schoolzang
beoogt de ontwikkeling van maatgevoel en het muzikaal-hooren; de zang is hier dus geen doel, maar slechts middel. Vooral ook tot het wekken van stemming en tot aesthetische ontwikkeling. Goed schoolgezang is in zekeren zin de poëzie van het schoolleven. Ten einde nu het herinneringsvermogen der kinderen te hulp te komen om een geleerde melodie (wijsje) te herhalen, hebben verschillende paedagogen (Souhaitty, Rousseau en Natorp door cijfers, miss Sarah Ann Glover en J. Curwen door solmisatie-namen) getracht het notenschrift door een minder saamgesteld schrift te vervangen. De cijfermethode, ook bekend als methode Paris-Galin-Chevé, zoowel als het Tonic Solfa-systeem (dat in Engeland zeer verbreid is) zijn hulpmiddelen gebleken, die alleen voor dat deel van het volk doelmatig zijn, dat zich met het weinige muziekonderwijs moet tevreden stellen, dat de lagere school vermag te geven. Een begrip van verwantschap of verscheidenheid der toonaarden is met beide methodes, die eigenlijk op denzelfden grondslag berusten, uitgesloten.